Ontwikkelingen die van invloed zijn op het toezicht van de AFM en hoe wij daarmee omgaan

De maatschappij is meer risicomijdend geworden.

Onze samenleving accepteert steeds minder risico’s. Als er iets fout gaat, volgt vaak meer of strengere regelgeving om dat in de toekomst te voorkomen. De financiële crisis van 2008 - en de schandalen die nog steeds daaruit voortkomen - blijft daaraan impulsen geven. Tegelijkertijd lijkt het maatschappelijk draagvlak voor instituties, waaronder toezicht, af te nemen.

De maatschappij en politiek verwachten dus in toenemende mate dat consumenten beter worden beschermd.

Dit vraagt van ons om in verbinding te staan met onze stakeholders, ongewenste risico’s in de financiële markten te verkleinen en financieel leed voor consumenten en ondernemingen te voorkomen. Met scherp toezicht pakken wij problemen vroegtijdig op en proberen wij voortdurend nieuwe risico’s in te schatten.

Dat scherpe toezicht heeft zijn meerwaarde veelvuldig aangetoond. Daardoor werden bijvoorbeeld vrijwel alle teakfondsen van de markt verwijderd en verbeterden de normen voor consumptief krediet en de kwaliteit van hypotheekadvies. Ook kwam mede door onze inspanningen de woekerpolisaffaire aan het licht,

Na de financiële crisis pleitten wij voor regels voor productontwikkeling en een provisieverbod. Die kwamen er in 2013. Consumenten merken sindsdien dat de kwaliteit van producten beter is en dat de kosten door het provisieverbod zijn verlaagd. De kosten van beleggingsfondsen in Nederland behoren zelfs tot de laagste van Europa. In dezelfde periode verdreven wij schadelijke flitskredieten vrijwel volledig van de markt.

Intussen wordt toezichthouden steeds complexer.

Technologische ontwikkelingen veranderen de financiële sector in rap tempo en creëren nieuwe risico’s. Zo faciliteert digitalisering de toetreding van buitenlandse aanbieders op de Nederlandse markt, soms met producten en diensten die niet wenselijk zijn, zoals binaire opties, vormen van flitskrediet en crypto’s. Maar ook veranderende wetgeving en politieke ontwikkelingen vragen voortdurend om waakzaamheid én reactievermogen, denk aan het ingrijpende proces rondom brexit.

De kapitaalmarkten internationaliseren en daarop volgt meer regelgeving vanuit Europa.

De flinke toename in het aantal wettelijke taken, die vooral vanuit Europa op ons afkomen, vraagt van ons steeds meer gespecialiseerde kennis. Om ons toezicht effectief en efficiënt te houden, werken we zowel nationaal als internationaal veel samen met collega-toezichthouders. Niet alleen op het gebied van toezichtdossiers, maar ook om slimme IT-oplossingen te bedenken en samen te werken aan meer datagedreven toezicht.

Ook pleiten we voor meer internationale samenwerking, met op Europees niveau een sterke rol voor ESMA. In plaats van 27 EU-landen die allemaal zelf het wiel uitvinden, kiezen wij voor één sterke Europese toezichthouder, waarin landen zich profileren als specialist op een bepaald toezichtgebied.

Daarnaast maakt brexit onze internationale rol groter. Om de Europese markt te bedienen, vestigt een flink aantal handelsplatformen, handelaren voor eigen rekening en financiële benchmarks zich vanuit het Verenigd Koninkrijk in Nederland. We moeten daardoor bijvoorbeeld fors in IT investeren om de hoeveelheid data te kunnen verwerken.

Wij krijgen meer taken in een complexere omgeving.

In de eerder beschreven, steeds complexere omgeving heeft de AFM zich ontwikkeld van beurswaakhond tot brede gedragstoezichthouder. Wij houden met ongeveer 650 medewerkers toezicht op een financiële sector waarin 207.000 mensen werkzaam zijn. Dat zijn ongeveer tien toezichthouders voor elke drieduizend medewerkers. Hoe blijf je met 0,3 procent aan capaciteit dicht op de huid van financiële ondernemingen en hoe houd je toezicht op een grote diversiteit aan complexe financiële producten? Hoe pak je met deze beperkte capaciteit de juiste problemen aan?

Onze missie anders uitvoeren.

Wij maken ons sterk voor eerlijke en transparante financiële markten en als onafhankelijke gedragstoezichthouder dragen wij bij aan duurzaam financieel welzijn in Nederland. Toenemende complexiteit en het grotere aantal taken veranderen deze missie niet.

De manier waarop we deze missie uitvoeren, wel: we moeten voortdurend risico’s afwegen, prioriteiten stellen en onszelf blijven ontwikkelen. Om onze rol zo effectief en efficiënt mogelijk te kunnen vervullen – nu en in de toekomst. Daarbij balanceren we continu tussen enerzijds het bereiken van onze effciencydoelstellingen en anderzijds het blijven garanderen van de goede kwaliteit van ons toezicht.

Wij zoeken de verbinding met onze stakeholders.

Wij willen, meer dan ooit, kunnen uitleggen waarop wij onze beperkte middelen inzetten en waarom wij beslissingen wel of niet nemen. Dat is cruciaal om draagvlak voor toezicht – in de maatschappij én in de sector – te creëren, behouden en vergroten.

Dat betekent dat wij onze toezichtkosten inzichtelijk maken, een realistisch verwachtingspatroon scheppen en in gesprek gaan en blijven met alle relevante belanghebbenden. Aan die verbinding, met consumenten, financiële ondernemingen, maar ook de politiek, ontlenen wij immers onze legitimiteit.

Wij moeten bijvoorbeeld goed uitleggen waarom wij steeds meer middelen inzetten voor data- en gedragsanalyses. Net als de sector waarop wij toezicht houden, moeten wij ons voortdurend ontwikkelen en vernieuwen. Doen wij dat niet, dan houden wij straks toezicht op een achterhaald beeld van de sector, terwijl de echte wereld zich aan ons oog onttrekt.

Wij moeten daarom anders leren denken, kijken, luisteren en bewegen: data kunnen vergaren en analyseren, geavanceerde systemen van financiële aanbieders doorgronden, menselijk gedrag begrijpen en intensiever samenwerken met buitenlandse toezichthouders. Toezichthouden doen we dan ook niet meer alleen met economen en juristen, maar ook met data-analisten, IT-specialisten, gedragspsychologen en neuromarketeers.

Meer weten over onze focus de voorbije jaren?

Begroting 2013-2020

Deel deze pagina